Vader: Maximiliaan in Beieren (4 dec 1808 - 15 nov 1888)

Maximiliaan Jozef, hertog in Beieren, was een hertog uit het geslacht Wittelsbach en een promotor van Beierse volksmuziek. Hij was het enige kind van Pius August in Beieren en prinses Amalia Louise van Arenberg. Op de leeftijd van negen jaar werd hij door zijn peetoom, koning Maximilian Joseph, naar het "Königlichen Erziehungsinstitut für Studierende" naar München gehaald, dat in 1574 als Seminarium Gregorianum des Jesuiten door Hertog Albrecht V opgericht was. Max leerde niet alleen klassieke talen, Frans en Italiaans, maar ook muziek en tekenen en verdiepte zich in de bibliotheek met zijn Latijnse, Griekse en Duitse klassiekers, kaarten en tekeningen. Zijn liefde voor de natuur werd door dagelijkse gemeenschappelijke wandelingen in de tuinen van het instituut voor de stad en door uitstapjes ontwikkeld.

Max bezocht eerst de universiteit in Landshut en later in München. Hij volgde colleges over geschiedenis, ook de vaderlandse, over kerkgeschiedenis en land- en volkenkunde. Hij bezocht ook colleges over het Duitse bondsrecht en natuurkunde. Zijn interesses waren niet alleen veelzijdig, hij leerde ook zelf studies uit te voeren. Op vaste avonden in de week verzamelde hij geestelijk hoogstaande Beierse landgenoten en sprak met hen over wetenschappelijke en algemene vragen van die tijd, maar ook over dichten en muziek. Hij begon een bibliotheek, die aan het eind van zijn leven 27.000 boeken omvatte.

Zijn grootvader Wilhelm, en koning Maximilian Joseph, beslisten dat Max met zijn achternicht, koningsdochter Ludovika Wilhelmine, zou trouwen. Drie jaar na de dood van koning Maximilian Joseph werden beide in de Schloßkirch in Tegernsee getrouwd. Het huwelijk vond plaats op 9 september 1828. Na een tocht met 60 schepen over de Tegernsee werd de huwelijksreis door het gehele koninkrijk Beieren begonnen. De huwelijksnacht was ook niet bepaald een succes. De onervaren, gevoelige hertogin beleefde deze nacht als een nachtmerrie en de door Max uitgeoefende echtelijke plicht voelde aan als een verkrachting. En Max had maar weinig begrip voor de angstige verkrampte Ludovika. Tederheid en voorzichtigheid hoorden niet tot zijn deugden. In ieder geval werd het seksuele leven van hertog Max en hertogin Ludovika niet meer als een plicht om voor nakomelingen te zorgen, ze kregen er tien.

Het huwelijk tussen Ludovika en Max is nooit echt gelukkig geweest en van liefde was geen sprake. Toch ontwikkelde zich een bepaalde verstandhouding en acceptatie. Ludovika legde zich neer bij de reislust en de buitenechtelijke relaties van haar man. Kort na hun 50-jarig huwelijk kreeg Max een beroerte, waarna Ludovika voor hem zorgde. Vanaf dat moment was er bij hem een ommekeer en Max behandelde haar nadien beter.

Hoewel de oude koning in 1824 Max de Herzog-Max-Burg als woning aangewezen had, bouwde de jonge Max tussen 1828 en 1830 naar de plannen van Klenze in de door Ludwig I begonnen Ludwigstraße het Hertog-Max-Paleis. In de binnenplaats werd onder deelname van de hertog zelf het kunstrijden getoond en een circus gebouwd. Hij kocht in 1838/39 het oude Wittelsbachse klooster Kühbach en het naburige Schloß Unterwittelsbach.

Hertog Max en zijn vrouw kregen ondanks hun slechte huwelijk, maar liefst tien kinderen, waarvan er twee op jonge leeftijd overleden. Niet alleen had hertog Max bij Ludovika kinderen, ook had hij kinderen uit buitenechtelijke relaties.

Kort na zijn 50-jarig huwelijk kreeg Max zijn eerste beroerte. Ongeveer 10 jaar later, in 1888, ongeveer twee weken voor zijn dood, kreeg hij zijn tweede beroerte, die hij dus niet meer te boven kwam. Hij stierf op 15 november 1888 op bijna 80-jarige leeftijd. Zijn dochter Elisabeth was niet op de begrafenis aanwezig.

Moeder: Ludovika van Beieren (30 aug 1808 - 26 jan 1892)

Marie Ludovika Wilhelmina, hertogin in Beieren, geboren prinses van Beieren, was de vijfde dochter van de Beierse koning Maximiliaan I en koningin Caroline.
Haar zus Sophie was de moeder van Frans Jozef I van Oostenrijk.

Op 9 november 1828 trouwde Ludovika met haar achterneef hertog Maximiliaan in Beieren (uit het Huis Wittelsbach). Het paar woonde in de winter in het Herzog-Max-Palais te München en in de zomer woonde het paar op Schloß Possenhofen aan de Starnberger See. Ze kregen tien kinderen, van wie de bekendste, Elisabeth (Sisi), zou trouwen met de Oostenrijkse keizer Frans Jozef I, die een volle neef van Elisabeth was. Haar zoon Karel Theodoor was een grootvader van Elisabeth in Beieren en daarmee een voorvader van de Belgische koning Albert II van België.

Op 25 januari 1892 ontving keizerin Elisabeth een telegram uit München: Ludovika had longontsteking. Op 26 januari 1892, om vier uur in de ochtend, stierf ze op 83-jarige leeftijd.

Lodewijk Willem (21 juni 1831 - 6 nov 1920)

Lodewijk (Ludwig) Willem, Hertog in Beieren, was de eerste zoon van hertog Max in Beieren en Ludovika van Beieren.

Lodewijk trouwde op 28 mei 1859, tegen zijn moeders wil in, met een burgermeisje, de Joodse actrice Henriëtte Mendel. Negen dagen voor de bruiloft, op 19 mei 1859, werd Henriëtte door koning Maximilian in de adelstand verheven. Ze kreeg de titel "Barones von Wallersee". Ze kreeg die titel omdat in die tijd, met een zus die keizerin van Oostenrijk was, men niet met een burgermeisje kon trouwen. Lodewijk mocht in eerste instantie niet trouwen met Henriëtte, maar omdat hij toch niet van gedachten veranderde, kreeg hij toestemming om morganatisch te trouwen, maar daarvoor moest hij wel zijn recht op de opvolging als hoofd van de linie van de hertogelijke tak van de Wittelsbachers opgeven ten gunste van zijn jongere broer, Karel Theodoor.

Lodewijk en Henriëtte kregen twee onwettige kinderen. Op 24 februari 1858 kreeg het paar hun eerste kind, een dochter, Marie Louise Elisabeth Mendel. Op 9 mei 1859 kwam Karl Emanuel Mendel ter wereld, hij stierf, nog geen drie maanden oud, op 1 augustus 1859. Omdat Lodewijk en Henriëtte nog niet getrouwd waren toen hun twee kinderen werden geboren, kregen deze bij de geboorte de achternaam van de moeder. Op de dag dat Henriëtte de titel barones von Wallersee kreeg, werden de kinderen ook in de adelstand verheven, Karl Emanuel werd baron von Wallersee en Marie Louise werd barones von Wallersee. De achternaam van de vader, von Wittelsbach, kregen de kinderen niet.

Henriëtte stierf op 12 november 1891. Ruim een jaar later trouwde Lodewijk nog een keer morganatisch met Antonie Barth. Dit huwelijk vond plaats op 19 november 1892. Na het huwelijk werd Antonie, Frau von Bartolf. Marie Louise moest uit de krant vernemen dat haar vader was hertrouwd, hun band was namelijk al jaren slecht. Op 11 juli 1913 scheidde Lodewijk van Antonie von Bartolf.

Een hartverlamming maakte een einde aan het leven van Lodewijk, hij stierf op 6 november 1920, 89 jaar oud. Aan zijn sterfbed zaten zijn schoonzus Marie José, de weduwe van Karl Theodor, en adjudant Düring. Zijn dochter, Marie Louise, werd niet op de hoogte gebracht. Lodewijk werd op de Ostfriedhof in München begraven.

Wilhelm Karl (24 dec 1832 - 13 feb 1833)

Nog geen 2 maanden oud geworden.

Helene Caroline Therese (4 april 1832 - 16 mei 1890)

Helene Caroline Therese in Beieren, bijgenaamd Néné was een dochter van hertog Max in Beieren en Ludovika van Beieren.

In 1853 begeleidde de 19-jarige Helene haar moeder en jongere zuster Elisabeth (Sisi) op een reis naar het Oostenrijkse Ischl, waar Helene de aandacht van de 23-jarige keizer Frans Jozef moest trekken. Deze viel echter op Elisabeth met wie hij vervolgens ook trouwde. Voor Helene, die al een beetje was "opgevoed" tot toekomstige keizerin van Oostenrijk, moet de afwijzing wel een teleurstelling zijn geweest. Helene trok zich helemaal terug op Possenhofen en ging zich meer bezig houden met religie.

Terwijl moeder Ludovika al gauw weer doorging met het zoeken naar een huwelijkskandidaat, zette de vroom-katholieke Helene zich, in de omgeving van de Starnberger See, in voor de armen, wat haar erg geliefd maakte.

De rijke familie von Thurn und Taxis deed regelmatig mee met de door hertog Maximilian Joseph georganiseerde hooggebergtejachten. Al lange tijd bestond er een goede band tussen de Thurn und Taxissen en de hertog. Waarschijnlijk kwam hertogin Ludovika hierdoor op het idee om te proberen Helene en Maxililian aan elkaar te koppelen. De familie von Thurn und Taxis werd uitgenodigd voor de jacht en Ludovika zorgde voor het eten na de jacht, waar ook haar oudste dochter bij zou zijn. Ludovika hoopte dat Helene en Maximilian elkaar leuk zouden vinden, wat ook gebeurde. Al gauw liet Maximilian blijken dat hij geen andere vrouw wilde dan Helene.

Op 24 augustus 1858 in Possenhofen trouwde Helene met prins Maximilian Anton Lamoral von Thurn und Taxis, zoon van Maximilian Karl von Thurn und Taxis. Helenes jongere zus, keizerin Elisabeth van Oostenrijk was niet bij het huwelijk aanwezig, omdat ze een aantal dagen daarvoor bevallen was van een zoon.
Hertog Maximilian Joseph schonk het paar Schloß Biederstein in München, waar ze ook hun wittebroodsweken doorbrachten. In oktober verbleef het paar nog een aantal dagen in Ischl. Op 22 december 1858 trokken Maximilian en Helene officieel in Regensburg in, waar ze hartelijk werden begroet door de bevolking.

In tegenstelling tot Elisabeth trok Helene zich niet publiekelijk terug en dat zorgde ervoor dat Helene al gauw geliefd werd bij de Regensburgse bevolking. Haar hele leven zou Helene zich bezighouden met sociale activiteiten en de armen.
Maximilian en Helene kregen vier kinderen. De kinderen waren regelmatig ziek. Een paar weken na de geboorte van Albert stierf Helenes man Maximilian aan een nierziekte, een grote tragedie voor Helene. Toen Helene's schoonvader, Maximilian Karl von Thurn und Taxis, stierf op 10 november 1871 werd Helene tot de meerderjarigheid van haar zoon Maximilian gezinshoofd van de familie.
Het leven werd voor de ouder wordende Helene steeds rustelozer en eenzamer en ze zocht meer en meer troost in de religie. De dood van haar dochter Elisabeth (ernstig verzwakt na de geboorte van haar kind), droeg hier natuurlijk ook aan bij.
Op 24 juni 1883 werd Maximilian meerderjarig en nam als zevende vorst van Thurn und Taxis de regering van het vorstelijke huis over. Helene kon het rustiger aan doen, maar niet voor lang. Maximilian stierf op 2 juni 1885 aan een onbekende ziekte en wederom werd Helene voogd totdat haar jongste zoon Albert meerderjarig zou worden, wat twee jaar later zou plaatsvinden.

In 1890 werd Helene ernstig ziek. De artsen konden niets meer doen. Helene stierf op 16 mei 1890 om zeven uur 's avonds op 56-jarige leeftijd. Helene werd bijgezet in het familiegraf van de familie Thurn und Taxis.

Karel Theodoor (9 aug 1839 - 30 nov 1909)

Karel Theodoor hertog in Beieren, bijgenaamd Gäckl (Nederlandse betekenis is haantje) was de vader van de Belgische koningin Elisabeth.

Hij was de derde zoon van Maximiliaan Jozef in Beieren en Ludovika van Beieren. Als hoofd van het hertogelijk huis volgde hij zijn vader op, in plaats van zijn broer Lodewijk, die van zijn rechten afstand had moeten doen na zijn morganatisch huwelijk met Henriette Mendel.

Hij trad eerst toe tot de artillerie, maar wijdde zich al snel daarna aan een medicijnenstudie. Nadat hij deze had afgerond promoveerde de Universiteit München hem tot doctor honoris causa, in de geneeskunde. Door een decreet van de rijkskanselier werd hij bevoegd het beroep van arts uit te oefenen. In zijn kliniek te Tegernsee hield hij zich voornamelijk bezig met oogheelkunde. Hij was liberaal gezind en trok zich weinig aan van de hofetiquette.

Op 11 februari 1865 trad hij in het huwelijk met zijn nicht Sophie van Saksen, dochter van Johan van Saksen en Amalie Auguste van Beieren, die echter reeds in 1867 stierf. Ze hadden daarvoor, in 1865 wel samen een dochter gekregen.

Op 29 april 1874 hertrouwde hij met Maria José van Bragança, dochter van Michael I van Portugal. Uit dit huwelijk werden vijf kinderen geboren, die een relatief vrije opvoeding genoten.

Marie Sophie Amalie (5 okt 1841 - 19 jan 1925)

Marie Sophie Amalie was de laatste Koningin-gemalin van het Koninkrijk der Beide Siciliën. Ze was een van de tien kinderen van Max Jozef in Beieren en diens vrouw Prinses Ludovika van Beieren.

Toen ze 17 was, trouwde ze op 3 februari 1859 in München met de latere Frans II der Beide Siciliën. Niet veel later in datzelfde jaar op 22 mei stierf haar schoonvader koning Ferdinand II der Beide Siciliën. Vanaf dat moment was Marie Sophie koningin der Beide Siciliën. Op 20 maart 1861 trad haar man, Frans II, af als koning der Beide Siciliën. Door Marie's onverzettelijke streven de troon van haar man te behouden verwierf ze de bijnaam Heldin van Gaeta. De Beide Siciliën behoorden vanaf dat moment bij het Koninkrijk Italië dat werd geregeerd door koning Victor Emanuel II van Italië. Het huwelijk tussen beiden was verre van perfect. Frans heette impotent te zijn en leed aan een religieus fanatisme dat grensde aan godsdienstwaanzin. Het huwelijk was dan ook niet uit liefde, maar uit huwelijkspolitieke redenen gesloten. Men verwachtte dat het huwelijk met een schoonzusje van de keizer van Oostenrijk positieve effecten zou hebben. Deze bleven evenwel uit. Frans Jozef raakte zelf verwikkeld in een hopeloze oorlog om de Noord-Italiaanse provincies te behouden voor het keizerrijk. Als hij al geneigd zou zijn geweest om zijn zwager te hulp te schieten, ontbrak het hem daartoe aan de mogelijkheden.

In het begin van de jaren '60 raakte Marie zwanger. Aangezien haar huwelijk vanwege de potentie-problemen van haar man nog steeds niet geconsummeerd was, moest een ander wel de vader zijn. De vader bleek een Belgische edelman, Armand de Lavayss. Marie vluchtte naar het ouderlijke slot Possenhofen. Daar beviel ze, in gezelschap van haar zusters Elisabeth (die juist rond die tijd in een echtelijke crisis Wenen verlaten had en ook thuis verbleef) en Mathilde Trani, van een dochtertje. Meteen na de geboorte moest ze het kind afstaan aan haar minnaar. Daarop verenigde zij zich met haar echtgenoot. Later kreeg ze met hem nog een echtelijk kind.

Marie Sophie en Frans gingen in ballingschap. Marie en haar echtgenoot woonde een deel van het jaar in Engeland, in het graafschap Northamptonshire. In 1878 hielp ze bij de voorbereidingen van een bezoek dat haar zus Elisabeth aan Engeland bracht, om er te kunnen jagen. Ze huurde er het landgoed Easton Neston en betrok via John Spencer, 5e Graaf Spencer een gids. Deze gids, kapitein Bay Middleton, zou de inzet worden van een conflict tussen Marie en haar zuster. Marie vermoedde, overigens evenals Elisabeths zoon Rudolf, dat Elisabeth een affaire had met Middleton. De ex-koningin der Beide Siciliën was zelf ook bijzonder geïnteresseerd in de charmes van Bay. Dit alles leidde tot een ruzie tussen beide zusters, die nooit meer zou worden bijgelegd. Op 27 december 1894 overleed plotseling haar man, ex-koning Frans II. Het was een moeilijke periode voor Marie Sophie. Haar vader, hertog Maximiliaan Jozef, was overleden in 1888, haar zus Helene was gestorven in 1890, haar moeder, hertogin Ludovika, in 1892. Zelf stierf Marie Sophie op 19 januari 1925.

Mathilde Ludovika (30 sept 1843 - 18 juni 1925)

Mathilde was de vierde dochter van hertog Maximiliaan Jozef in Beieren en diens vrouw Ludovika.

Haar jeugd bracht zij door op het ouderlijk slot Possenhofen, niet ver van München. Zij was zeer gehecht aan haar iets oudere zuster Marie met wie zij veel samen ondernam. Marie was in 1859 getrouwd met de koning van Napels, Frans II

Op 5 juni 1861 trouwde ze zelf met graaf Luigi van Bourbon, graaf van Trani, een jongere broer van de koning van Napels. Zo brachten Mathilde en Marie de eerste jaren van hun huwelijk gezamenlijk door in Rome. In 1867 baarde zij haar eerste en enige kind: Maria Theresia (in de familie werd ze Madi genoemd) (1867-1909), die later vorstin van Sigmaringen zou worden.

Het huwelijk tussen Mathilde en de Italiaanse graaf was onderwijl verre van gelukkig. Hij was haar ontrouw en had een stevig drankprobleem. Mathilde trachtte dan ook, samen met haar zusters Marie en Elisabeth, zoveel mogelijk uitstapjes te maken.

Mathilde was net als haar zusters een knappe vrouw, maar zo dun en met een dusdanige piepstem dat ze door haar familie "Spatz" (mus) genoemd werd.

Op 8 juni 1886 werd ze weduwe (vermoedelijk pleegde haar man zelfmoord, hoewel de officiële verklaringen spraken van een langdurige ziekte). Een aantal jaren na de dood van haar zus Elisabeth, had Elisabeths dochter Marie Valerie, nog geprobeerd 'Tante Spatz' aan keizer Franz Jozef van Oostenrijk te koppelen, wat niet lukte. Tijdens de Eerste Wereldoorlog woonde Mathilde in Zwitserland, daarna vestigde zij zich met haar zuster Marie in München. Even na Marie overleed ze op 18 juni 1925, als laatste kind uit het gezin van Max en Ludovika.

Maximiliaan (8 dec 1845 - 8 dec 1845)

Vermoedelijk doodgeboren.

Sophie Charlotte Augustine (22 feb 1847 - 14 mei 1897)

Sophie was de jongste dochter van Maximiliaan Jozef in Beieren en diens vrouw Ludovika.

Sophie bracht het grootste gedeelte van haar jeugd door op het slot Possenhofen, niet ver van München. Nadat al haar broers en zussen getrouwd waren was zij vanaf 1861 nog als enig kind op het ouderlijke slot. Ze was zeer bevriend met haar neef Lodewijk, die in 1864 als Lodewijk II de Beierse troon zou bestijgen. Ze deelden een grote liefde voor de natuur en voor de muziek van Richard Wagner. Omdat Sophie mooi kon zingen en bovendien zichzelf begeleidde op de piano, zong zij regelmatig stukken uit de opera's van Wagner voor Lodewijk. Aangezien zij de schoonzus was van de machtige Oostenrijkse keizer, Frans Jozef I waren er veel Europese prinsen geïnteresseerd in haar hand.

Uiteindelijk verloofde ze zich met haar neef, koning Lodewijk II van Beieren. Tot een huwelijk kwam het evenwel niet. Mogelijk door bindingsangst stelde Lodewijk het huwelijk alsmaar uit. Nadat hertog Maximiliaan zijn neef hieromtrent om opheldering vroeg, verbrak hij de verloving. Daarop had Sophie een korte maar kennelijk hevige omgang met de handelsondernemer Edgar Hanfstaengl. Deze werd evenwel niet geschikt geacht als toekomstige levenspartner.

Ludovika ging daarom op zoek naar een nieuwe huwelijkskandidaat en vond deze in de hertog Ferdinand van Alençon-Orléans. Sophie stemde in met het huwelijksaanzoek, en op 28 september 1868 trouwden ze in Possenhofen.

Het paar verhuisde naar Engeland, daar het de afstammelingen van het huis Orléans sinds de revolutie van 1848 verboden was voet op Franse bodem te zetten. In Engeland werd Sophie overvallen door aanvallen van melancholie. Ze verlangde steeds meer naar huis en naar haar vroegere geliefde, Edgar Hanfstaengl. Aan hem schreef ze hartstochtelijke liefdesbrieven, die evenwel onbeantwoord bleven. Vanaf 1872 woonde het paar weer in Frankrijk, waar het een villa in Vincennes betrok.

Onderwijl had het paar twee kinderen gekregen:

  • Louise Victoria (1869 - 1952)
  • Philippe Emanuel (1872- 1931)

 

Na de mysterieuze dood van haar vroegere verloofde Lodewijk II van Beieren, werd Sophie Charlotte in 1886 ernstig ziek. Op aanraden van haar broer Karel Theodoor onderging Sophie Charlotte in München een medische behandeling. In de winter van 1886/87 werd ze verliefd op haar arts Dr Glaser. Het paar begon een verhouding en besloot zelfs gezamenlijk naar Zwitserland te vertrekken. Dit plan werd verijdeld omdat de echtgenote van de arts aan de bel trok. Ferdinand Alençon overlegde hierop met zijn zwager, de arts Karel Theodoor in Beieren, wat hem te doen stond. Besloten werd Sophie op te laten nemen in een psychiatrische kliniek in de buurt van Graz, waar zij zou kunnen herstellen van haar sexueller Abartigkeiten. Sophie verbleef vijf maanden in de kliniek, herstelde nog enige tijd in een slot in Tirol en vervoegde zich daarna weer bij haar man.

Sophie kwam uiteindelijk om bij een hevige brand in de Bazar de la Charité (een liefdadigheidstentoonstelling in Parijs), toen zij tegen het dringend advies van de brandweer weigerde het gebouw te verlaten omdat zij erop stond dat eerst andere vrouwen zouden worden gered.

Maximiliaan Emanuel (7 dec 1849 - 12 juni 1893)

Maximiliaan Emanuel, hertog in Beieren, was de zoon van hertog Maximiliaan Jozef in Beieren en diens echtgenote, hertogin Ludovika van Beieren. Hij was de jongste uit een groot gezin. Maximiliaan Emanuel had een grote voorliefde voor het leger en trad dan ook op 16-jarige leeftijd toe tot het leger.

Keizerin Elisabeth hielp haar broertje bij het regelen van zijn huwelijk. Hij was namelijk geïnteresseerd in prinses Amalie van Saksen-Coburg en Gotha, de dochter van prins August van Saksen-Coburg en Gotha en prinses Clementine van Orléans. Leopold van Beieren was ook geïnteresseerd in prinses Amalie, maar Elisabeth regelde een huwelijk tussen Leopold en haar dochter Gisela. Het huwelijk tussen Maximiliaan Emanuel en Amalie werd in 1875 te Wenen voltrokken. Uit het huwelijk werden drie zonen geboren. Hij stierf op 12 juni 1893 op 43-jarige leeftijd aan zware maagbloedingen.

Bron: Wikipedia