Hertog-Max-Paleis - München

Van 1828 tot 1830 gebouwd in neo-renaissance stijl door de architect Leo von Klenze, en ingericht in klassieke stijl. Het paleis had een "circus" voor de paardensport. Eén kamer was gewijd aan de Ridders van de Ronde Tafel waar Sisi's vader, de excentrieke hertog Maximiliaan, zijn vrienden kon vermaken.

Het paleis was het toneel van veel bals en ontvangsten en had zelfs een kamer in de stijl van een Parijs “café chantant”. Na de Eerste Wereldoorlog en het einde van de Beierse monarchie, raakte het in verval en uiteindelijk werd het  in 1938 door de nazi-autoriteiten gesloopt. In 1954 werd het hoofdkwartier van de Landeszentralbank op deze plaats gebouwd.

Schloss Possenhofen - Possenhofen

In 1834 gekocht door hertog Max. In Elisabeth's jeugd had Possenhofen een neo-klassieke, Biedermeierstijl. Het was en is nog steeds omgeven door een groot park dat met rododendrons is beplant. Het park loopt langs de oever van het meer, met een prachtig uitzicht op de Alpen.

Na 1920 raakte het kasteel in verval. Het deed dienst als kindertehuis, rusthuis, militair hospitaal en zelfs als reparatiewerkplaats voor motoren. In 1984 werden er appartementen in gebouwd. Het kasteel is niet toegankelijk voor het publiek, maar het park wel. Na haar huwelijk met Franz Josef verbleef Sisi niet in Possenhofen, maar in hotel Strauch, in het nabijgelegen Feldafing. Dit is nu het Kaiserin Elisabeth Hotel, waar een mooi marmeren standbeeld van haar te vinden is.

(Met dank aan het Kaiserin Elisabeth Museum in Possenhofen voor het bord met de actuele openingstijden)

Kaiserin Elisabeth Museum - Koning Maximiliaan II van Beieren liet in Possenhofen een station voor de hoge adel bouwen. Sinds 2004 bevindt zich hier een museum in de Königssalon (verzameling van Heinemann). Het museum is van mei tot midden oktober op vrijdag, zaterdag en zondag geopend.

 

 

Wasserschloss Unterwittelsbach - bij Aichach (Duitsland)

De eerste historische vermelding dateert uit 1126, maar toen stond er nog een ander kasteel op deze plaats. Tot 1500 was het in het bezit van de graven van Sandizell. Vervolgens had het verschillende eigenaars, maar zijn huidige uiterlijk kreeg het in 1537, toen Benedictijner monniken het lieten verbouwen. Hertog Max in Beieren kocht het in 1838 en gebruikte het als jachtslot. Bekendheid kreeg het slot doordat een van de dochters van de hertog Elisabeth van Oostenrijk-Hongarije was, die door de Sissi-films internationaal populair werd. Tot 1955 bleef het kasteel in familiebezit, maar in 1940 werd het echter als noodopvang voor vluchtelingen en ontheemden gebruikt. Vervolgens kwam het weer in verschillende handen, totdat de stad Aichach het in 1999 verwierf en het na een restauratie weer toegankelijk maakte voor het publiek. Nu herbergt het een Sisi Museum, dat jaarlijks een speciale tentoonstelling presenteert.

De Hofburg - Wenen

De Hofburg was de residentie van de Habsburgers in Wenen. Elisabeth verafschuwde de Hofburg, vanwege het gebrek aan faciliteiten, het gebrek aan privacy, en het strikte hofprotocol. Haar gevoelens voor de Hofburg verwoordde ze in 1854 in een gedicht:

Ich bin erwacht in einem Kerker
Und Fesseln sind an meiner Hand
Und meine Sehnsucht immer stärker
Und Freiheit du mir abgewandt!

De appartementen van Elisabeth bestonden uit een slaapkamer, een kleedkamer (die ook als gymzaal fungeerde), een badkamer, een studeerkamer en een voorvertrek. Deze en andere vertrekken in de Hofburg zijn toegankelijk voor het publiek.

Sisi Museum - De Stephan-appartementen (genoemd naar aartshertog Stephan Victor) in de Hofburg bieden sinds 2004 onderdak aan het Sisi Museum. Door middel van Elisabeth's persoonlijke voorwerpen wordt de ware persoonlijkheid van de vaak verkeerd begrepen keizerin gepresenteerd. Onder de meer dan 300 tentoongestelde objecten vind je o.a. parasols, waaiers en handschoenen van de mensenschuwe Elisabeth, schoonheidsrecepten, haar dodenmasker, de vijl waarmee ze vermoord is, een replica van de jurk die ze droeg op de avond voor haar huwelijk, en een gedeeltelijke reconstructie van haar luxe hofsalonwagen.

Schloss Laxenburg - ten zuiden van Wenen

Na haar huwelijk bracht Elisabeth haar tijd door in dit prachtige barokke paleis. Ze genoot ervan om paard te rijden in het park, maar dit werd door haar schoonmoeder en de keizer afgekeurd. Kroonprins Rudolf is hier geboren en ten tijde van de conflicten met Italië en Pruisen liet Elisabeth een deel van het gebouw ombouwen tot een ziekenhuis voor gewonde militairen.

Het paleis, dat aan het einde van de Tweede Wereldoorlog zwaar beschadigd raakte, is nu het hoofdkwartier van het International Institute for Applied Systems Analysis, maar het prachtige park met het kasteel in middeleeuwse stijl, is open voor het publiek.

Schloss Schönbrunn - aan de westkant van Wenen

De overweldigende barokke pracht en praal van het paleis en het park van Schönbrunn was bedoeld als antwoord op het Franse koninklijke paleis in Versailles. Het paleis heeft honderden kamers, waarvan er veel nog steeds voor staatsgelegenheden worden gebruikt. De vertrekken van de keizerin kunnen echter nog steeds worden bezichtigd, evenals die van de keizer en de kamers uit de tijd van keizerin Maria Theresia.

Het paleis wordt omringd door grote formele tuinen, met o.a. 's werelds oudste dierentuin en Romeinse ruïnes. De kamers van Sisi waren uitgerust met een ronde trap naar de verdieping eronder, zodat ze het contact met ongewenste gasten kon vermijden!

De Hermesvilla - in de Lainzer Tiergarten, aan de rand van Wenen

Lainz was oorspronkelijk een keizerlijk jachtpark. In een vergeefse poging om Elisabeth in Wenen te houden, liet Frans Jozef hier een exclusieve residentie voor haar bouwen, die in 1886 werd voltooid. De inrichting is luxueus, maar een beetje zwaar op de hand. Elisabeth's slaapkamer beschikt over een immens rococobed. De muren en het plafond van de kamer zijn gedecoreerd door hofschilder Hans Makart met scènes uit "A Midsummer Night's Dream" van Shakespeare, waarin Titania, (de feeënkoningin waarmee Sisi zich identificeerde) en Oberon (de feeënkoning) te zien zijn.

De Hermesvilla had uitgebreide stallen die zeker bij Sisi in de smaak zijn gevallen. Een aantal kamers op de begane grond waren de residentie van Sisi's favoriete dochter, aartshertogin Marie Valerie.

De Kaiservilla - Bad Ischl (Oostenrijk)

De Kaiservilla in Bad Ischl was de zomerresidentie van keizer Frans Jozef I en keizerin Elisabeth. Na de verloving van keizer Frans Josef I met prinses Elisabeth in Beieren in 1853, kocht aartshertogin Sophie het landgoed als huwelijksgeschenk voor het keizerlijke paar.

In de daaropvolgende jaren werd het gebouw in de neoklassieke stijl verbouwd en uitgebreid. De bestaande middenvleugel werd  aan de parkzijde uitgebreid, waardoor de oorspronkelijke achterzijde van de woning een representatieve entree werd. Het gebouw heeft de vorm van een “E” (van Elisabeth).

De villa wordt omgeven door een groot Engels park. Het park, met het Marmorschlössl en bijgebouwen, is door de koninklijke tuinman Franz Rauch aangelegd. De witte marmeren fontein voor het gebouw werd in 1884 door Viktor Tilgner gemaakt.

De keizer verbleef bijna elke zomer een aantal weken in dit kleine zomerpaleis. Veel gekroonde hoofden waren  hier te gast en keizer Franz Josef vierde hier bijna elk jaar op 18 augustus zijn verjaardag. Op 28 juli 1914 tekende hij in zijn werkkamer de fatale oorlogsverklaring aan Servië (en op dezelfde dag het beroemde manifest aan mijn volk), die resulteerde in de Eerste Wereldoorlog. Hierdoor viel de Habsburgse monarchie uiteen. Keizer Frans Jozef overleed in 1916 en zijn jongste dochter, aartshertogin Marie Valerie, erfde het landgoed. Ze was getrouwd met aartshertog Frans Salvator. Omdat de Kaiservilla Habsburgs privébezit was, en Frans Salvator en Marie Valerie geen aanspraken maakten op de troon, bleef het landgoed ook na de val van de Oostenrijks-Hongaarse monarchie (1918) in hun bezit. Hun zoon Hubert Salvator van Habsburg-Lotharingen erfde de villa.

Koninklijk Paleis in Gödöllő – 25 km ten oosten van Boedapest

Eén van de grootste barokke kastelen van Hongarije. Het werd rond 1733 gebouwd, in opdracht van graaf Antal Grassalkovich. Het paleis, dat een dubbele U-vorm heeft, is omgeven door een groot park. In de 18e eeuw onderging het een aantal uitbreidingen en aanpassingen. De huidige vorm kreeg het ten tijde van de 3e Grassalkovich generatie. Tegen die tijd had het acht vleugels, en - naast het residentiële deel - bevatte het een kerk, een theater, een manege, een badhuis, een kas en een oranjerie.

Nadat de familie Grassalkovich in mannelijke lijn was uitgestorven, had het paleis verschillende eigenaren, en in 1867 werd het gekocht door de overheid. Nadat de Oostenrijks-Hongaarse dubbelmonarchie was opgericht, waarbij Elisabeth een niet geringe rol heeft gespeeld, schonk de dankbare Hongaarse overheid het gebouw en het omringende landgoed aan de keizerlijke familie. Keizerin Elisabeth verbleef graag in Gödöllő, waar het Hongaarse personeel en de mensen in de omgeving rond het paleis haar van harte verwelkomden. Na haar tragische dood werd een naar haar genoemd park aangelegd.

Na 1945 raakte het paleis, zoals veel andere gebouwen in Hongarije, in verval. Russische en Hongaarse troepen maakten gebruik van het gebouw, een aantal van de prachtig ingerichte kamers diende als bejaardentehuis en het park werd verdeeld in kleinere percelen. Sinds 1993 zijn er echter restauraties aan het gebouw uitgevoerd en zijn de koninklijke vertrekken in oude luister hersteld.

Achilleion - Korfoe (Griekenland)

Elisabeth was gefascineerd door de Griekse mythologie en sprak vloeiend Oud en Nieuw Grieks. Vanaf het moment dat ze het eiland Korfoe zag, voelde ze dat ze daar thuishoorde. Ze overtuigde Franz Josef ervan om Villa Braila voor haar te kopen. In 1881 begon ze met de planning en de bouw van haar "droomhuis" dat in 1891 werd voltooid.

Sisi’s favoriete klassieke held was Achilles, van wie in de prachtig aangelegde tuinen een standbeeld te vinden is. Het werd gemaakt door de Berlijnse beeldhouwer Ernst Herter. Elisabeth liet haar verbeelding de vrije loop wat de uiterlijke en interne uitstraling van het gebouw betrof. Het terras werd met kariatiden in oude Griekse stijl gedecoreerd en er werden beelden van de negen muzen geplaatst. Aan het uiteinde van de imposante trap is de grote, indrukwekkende muurschildering "De triomf van Achilles" van de Weense kunstenaar Franz Matsch te vinden. Veel van de meubels werden tijdens de reizen van de keizerin gekocht.

Na de dood van Elisabeth erfde haar dochter Gisela het gebouw, maar in 1907 werd het verkocht aan keizer Wilhelm II van Duitsland die het gebruikte als zomerresidentie. Elisabeth was een liefhebber van de Duitse dichter Heinrich Heine en had ter nagedachtenis aan hem een standbeeld opgericht.  Dit beeld werd  door de Kaiser verwijderd en is nu te vinden in Toulon in Frankrijk. Na de Eerste Wereldoorlog werd de villa eigendom van de Griekse regering en "verdween" een groot deel van het interieur. In de daaropvolgende jaren deed de villa dienst als casino. Tegenwoordig is het een museum.

De Kapuzinergruft - Wenen

De Kapuzinergruft, ook wel keizerlijke grafkelder genoemd, is de grafkelder waar sinds 1633 de Oostenrijkse Habsburgers worden bijgezet.

De grafkelder bevindt zich in Wenen, onder de Kapuzinerkirche, aan de Neue Markt. Tot de bouw ervan werd in 1618 opdracht gegeven door keizerin Anna. In de Kapuzinergruft zijn 142 mensen bijgezet, onder wie keizer Frans Jozef, keizerin Elisabeth en kroonprins Rudolf (in de Franz-Josephs-Gruft). Als laatste werd in 2011 Otto von Habsburg, zoon van de laatste keizer Karel, bijgezet.

Volgens de Habsburgse traditie, werden lichaam, hart en ingewanden afzonderlijk van elkaar begraven. Voor de laatste keer gebeurde dit overigens in 1878, bij de begrafenis van aartshertog Frans Karel. Traditie is ook dat bij een keizerlijke begrafenis de rouwstoet stil staat voor de dichte deur van de grafkelder. De ceremoniemeester klopt op de deur en hoort de vraag: "Wie verlangt binnen te treden?", waarop hij antwoordt: "Zijne apostolische majesteit de Keizer". Er volgt geen reactie, waarna opnieuw op de deur moet worden geklopt. "Wie verlangt binnen te treden?". "Zijne Majesteit de Koning". Als er weer geen reactie volgt wordt nogmaals geklopt. Dezelfde vraag wordt dit keer beantwoord met "Een arme zondaar", waarop de deur wordt geopend.

In de Kapuzinergruft ligt slechts één niet-Habsburger begraven: Gravin Karoline Fuchs-Mollard, oorspronkelijk kindermeisje maar later vertrouwelinge van Maria Theresia.